15 artikelen uit het clubblad van September 2009

Terug naar overzicht

Vakantie en bier

september 2009
Door: Huub Soemers

VAKANTIE EN BIER

Kleinste brouwinstallatie ter wereld

Zoals gebruikelijk zijn Els en ik in mei weer een aantal dagen naar Duitsland en Oostenrijk geweest. Het zal jullie niet verbazen dat we ook weer “toevallig” bij een aantal bierbrouwerijen terecht kwamen. Iets waar mijn echtgenote niet meer raar van op kijkt, sterker nog ze vindt het ook altijd goed toeven bij dit soort etablissementen. Naast een goed glas bier en heerlijk eten zijn ook de kamers meestal van bijzonder goede kwaliteit. Ook de gastvrijheid kent meestal geen grenzen. Na onze 1e overnachting in de buurt van Bamberg reisden we via Neurenberg richting Allgau. In het plaatsje Missen kwamen we bij Gasthof/brouwerij Schaffler terecht. In het restaurant viel mijn oog meteen op een wel heel bijzondere brouwinstallatie. In eerste instantie leek deze wel een beetje op onze RIMS, maar bij een nader onderzoek bleek het om een complete mobiele brouwerij te gaan. Dus met maisch/kookketel, filterkuip, 2 kleine Apollotanks van 50 liter en units om te verwarmen en te koelen. De installatie is door eigenaar/brouwer Dieter Graßl zelf ontworpen en gebouwd. In 1996 kreeg deze kleine brouwinstallatie een vermelding in het Guinness book of records! Voor degene die zelf aan de slag wil moet onderstaande foto maar eens goed bestuderen of ook maar eens zelf dit kleine wonder op wielen gaan aanschouwen. Voor meer informatie: http://www.schaeffler-braeu.de

Huub Soemers

Terug naar overzicht

Doe mij maar een Bierschnaps

september 2009
Door: L. Meulders

Doe mij maar een Bierschnaps

Een aantal jaren geleden maakten een biervriend en ik op weg naar München een ommetje langs Bamberg. Het bleef beperkt tot Schlenkerla en dat vroeg dus om een uitgebreider bezoek. Dit jaar kwam het er van en ik heb het mij niet beklaagd. De Bierschmecker Touren met rugzak en bierpul heb ik aan mij voorbij laten gaan.

Met een stadsplannetje in de hand trok ik het erop uit door de wirwar van straatjes en steegjes – de GPS voor de auto lijkt overigens ontworpen door Esso of Shell om je zoveel mogelijk rond te laten rijden in de eenrichtingsstraten van de Welkulturerbe. Voor de meeste brouwerijbezoeken doe je best flinke stapschoenen aan, want de minuten opgegeven door Bamberg Tourismus lijken wel afgeklokt door een betere marathonloper.

Helaas lijkt het ook een specialiteit van de Bamberger brouwerijen en andere Biergarten om heel uiteenlopende openingsuren te hebben. Zodus loop je een kwartier om vast te stellen dat de tent die dag gesloten is of pas enkele uren later opengaat. En, minder prettig, de volgende ook nog eens. Tot grote ergernis ook van een nog jonge, stevige Beier. ‘Bij ons zijn ze allemaal al van ’s morgens open, waarom hier ook niet Frühschoppen’, zegt hij.

De dorstwekkende uitstap bracht mij wel langs de Stephansberg en dus langs de eigenlijke brouwerij van Schlenkerla waar de gerookte geur opsteeg. Door de open poort was op de binnenkoer een cubitainer te zien met een zeer donkere inhoud. Ze zullen hier toch niet hun voeten vegen aan het Biersteuergezets van 1516, vroeg ik mij af.

Over het bier en de brouwerijen wil ik niet uitweiden, dat is hier zeker al vaker gedaan, behalve dan dat ik Schlenkerla die dag tweemaal bezocht. Zo speciaal en uitdagend is dat bier. Een man die opstaat van de Stammtisch en zeker niet dronken lijkt, zegt dat hij mij nog gezien heeft. Een straf geheugen, want dat moet 7 jaar geleden zijn. Nog meer opvallend dan de brouwerijen, en dat zijn er tien, is een veelvoud aan Nervenkliniken. Of zouden dat vooral ontwenningsklinieken zijn?

Wat mij het meest verraste, was de Bierschnaps die in het restaurant op de kaart stond. En hij smaakte nog ook, en naar meer… De meeste, of misschien alle brouwerijen hebben er wel een. En door die van Schlenkerla proef je de rooksmaak dwars doorheen. Eens wat anders dan peat in een whisky en dat in verhouding voor een prijsje.

Een bezoek aan Kulmbach en Bayreuth kon er nog wel bij. De Kulmbacher Bierbraurei, nu van Heineken, imponeert al van ver, maar daar blijft het bij. Gelukkig is er, na een eindje stappen, nog de Kommunbräu. Een huisbrouwerij die niks te maken met communes van na mei ’68, maar een coöperatieve met 480 aandeelhouders die dit jaar haar vijftienjarige bestaan viert.

Bayreuth dan, nog zo’n exponent van de grootheidswaanzin van Duitse prinsen die wel prachtige gebouwen heeft nagelaten. Lekker, of eerder met kippenvel, door de voetgangerszones op zoek naar een parkeergarage. Aan rand van de stad het Brauerei Museum van Maisel. Volgens het Guinness Book ‘das umfangreichste der Welt’. En dat is niks gelogen. Een complete brouwerij van een eeuw oud, precies Oud Beersel, maar dan in het heel groot en netjes afgestoft. Sorry, familie Martens uit Bocholt, jullie hebben een mooi museum, maar hier valt mijn mond open.

Op het einde van de rondleiding wacht in de oude bottelarij een keuze aan witbieren, want Maisel is daarin dé specialist. Wil het toeval toch dat daar een van de oudere brouwingenieurs komt doorgestruind. Hij blijkt een fan van Belgisch bier te zijn en zeker ‘bolleke’ heeft op hem een grote indruk nagelaten. Blijkt hij naar het einde van zijn carrière ‘stoker’ te zijn geworden. Hij troont het vijfkoppige gezelschapje mee naar zijn heiligdom. We mogen de vinger soppen in de warme alcohol van 70 graden (alcohol!) die traagjes uit de distillatiekolom vloeit.

Van 100 liter Weisse maakt hij 4 liter Bierschnaps. Door de geringe bitterheid is Weisse hiervoor zeer geschikt. Niet van retourvaten die op café zuur zijn geworden of vaten met een fout. Alleen van goede Weisse, want fouten proef je ook na het afstoken, zegt hij. Ter afronding proeven we een lekje Bierschnaps die 3 jaar op eiken vat heeft gelegen.

De verleiding is te groot om ook hier niet een fles schnaps mee te nemen. Weegt ook vele minder. Dat wordt deze winter nog nagenieten.

Louis Meulders

Terug naar overzicht

125 Jaar Koningshoeven

september 2009
Door: Huub Soemers

125 JAAR KONINGSHOEVEN

Open weekend

Ter gelegenheid van het 125 jarige bestaan van de brouwerij De Koningshoeven, organiseerde deze in het weekend van 4 en 5 juni j.l. een open weekend. Tijdens dit weekend kregen de bezoekers de kans om de brouwerij eens van binnen te bekijken. Ruim 5000 mensen maakte hier gebruik van. Naast het brouwerijbezoek kon men ook nog een historische film bekijken, de onlangs gerealiseerde devotie kapel bezoeken en het bijna in bloei staande hopveld aanschouwen. In de vrouwentuin kon men een rondje maken langs de diverse stalletjes van diverse kloosters uit de regio.

Presentatie Isidór bier

Op zaterdag werd het nieuwe bier van de brouwerij gepresenteerd. Het Isid’or-bier is vernoemd naar de 1e brouwer van de brouwerij, broeder Isidorus. Om klokslag 12.00 uur hielden Thijs Thijssen en Vader Abt Dom Bernardus een inleidend praatje waarin zij o.a. vertelden dat de opbrengst van La Trappe Isid’or geheel ten goede zal komen voor de bouw van een nieuw klooster in Oeganda.

Hierna was het de beurt aan de Oegandeese ambassadrice Mirjam Blaak die de eer had om het 1e fust aan te slaan. Niet een heel eenvoudige klus zou al snel blijken! Na een aantal ferme klappen van de ambassadrice nam broeder Isaac het van haar over. Ook hem lukte het niet om het kostelijke vocht te laten stromen. Uiteindelijk bracht brouwmeester Lodewijk Swinkels redding. Met een paar flinke klappen sloeg hij de kraan in het houten vat en stroomde het eerste Isid’or-bier uit het eiken vat.

Uiteraard mochten eerst de gasten van het nieuwe bier proeven. Uit hun reacties maakte ik op dat het uiteindelijke resultaat er mocht wezen. Na het officiële gedeelte controleerde ik dat natuurlijk zelf ook even en ik moet zeggen dat het een uitzonderlijk heerlijk bier is geworden! Het amberkleurige bier heeft 7,5 % alcohol en een zoetige afdronk met een lichte karameltoon. Het bijzondere hoparoma heeft het bier dankzij de eigen gekweekte Perle hop. Toen ik later naar huis terug fietste (ja jullie lezen dit goed) maakte ik me geen zorgen meer over het nieuw te bouwen klooster. Met een dergelijk heerlijk bier is dat binnen de kortste keren gerealiseerd.

Huub Soemers

 

Terug naar overzicht

Bezoek aan ‘Us Heit’ in Bolsward

september 2009
Door: Kees Emmen

Bezoek aan ‘Us Heit’ in Bolsward

In het voorjaar (nou ja, juni) weer eens een keer een weekje op stap geweest in eigen land. Omdat de reistijd er dan niet veel toe doet, was een camping gevonden op het punt waar Drente, Friesland en Groningen bij elkaar komen. Na een lange rit met de caravan op een hele mooie locatie aanbeland, maar daar zal ik jullie verder niet mee vermoeien.

Na enige dagen uitrusten was de tijd aangebroken om eens te gaan kijken wat er in de omgeving allemaal te doen was. Op aanraden van de beheerder hadden we ons voorgenomen om naar Bolsward te gaan. In Groningen bestond volgens hem op papier weliswaar een brouwerij, maar die liet al zijn bier in Duitsland brouwen. En da’s natuurlijk voor een amateurbrouwer niet bijster interessant. Maar volgens hem deed brouwerij ‘Us Heit’ in Bolsward dat wel. Voor informatie over de brouwerij via het net afstemmen op de site //www.bierbrouwerij-usheit.nl

Wij dus naar Bolsward gereden en geconstateerd dat er nog enkele uren te gaan waren voordat de rondleiding om 16:00 uur van start zou gaan. Voordien was blijkbaar niet mogelijk omdat er dan gewerkt werd. Deze uren overigens aangenaam besteed in de stad zelf, waar een kermis gaande was en een grote jaarmarkt werd gehouden.

Ruim voordat de rondleiding zou beginnen waren al weer terug op het terrein en konden daar alvast een zogenaamd Twels pilsener proberen. Een aangenaam, niet al te zwaar gehopt bier.

Vervolgens werden alle bezoekers bij elkaar geroepen en kon de rondleiding beginnen.

Die begon meteen al met de mededeling dat er in de brouwerij geen foto’s gemaakt mochten worden. Iets wat ik niet goed begrijp, want wat is er nou geheim aan de apparatuur van een brouwerij, waarvan foto’s op de eigen site getoond worden? De apparatuur is overigens geheel in roestvrij staal opgebouwd, op één ketel na die gebruikt wordt voor het destilleerproces.

Dan maar geen foto’s en maar zo veel mogelijk onthouden en opschrijven.

Zo werd verteld, dat er zo’n 3000 hl per jaar werd gebrouwen. De daarvoor benodigde gerst wordt blijkbaar zelf gemout in een ter plaatse staande mout-‘ketel’. Hierdoor wordt het mogelijk om het benodigde type mout volgens eigen criteria aan te maken. Ook het maken van de mout voor de huisgestookte whisky (volgens de Schotse methode) is een van de mogelijkheden door bij het drogen van de groenmout gebruik te maken van specifieke houtkrullen.

Het schroten wordt overigens weer uitbesteed. Ik heb dan ook geen opslagplaats voor mout gezien op het terrein. En de benodigde gist wordt elke keer ingekocht en weggegooid nadat die zijn werk gedaan heeft.

Het hele brouwproces wordt vervolgens in sneltreintempo uitgelegd waarbij nauwelijks vragen uit het groepje komen. Het leek er wel op alsof iedereen alleen voor de derde helft gekomen was.

Toch moeten mij enkele zaken van het hart die mij een beetje vreemd toeschijnen.

  • In de brouwerij hangt geen enkel brouwluchtje: geen maischlucht, geen hop, geen gist; we zullen het er maar op houden dat alles goed gefilterd en verlucht wordt.
  • In de aparte gistruimte is niets te zien of te horen van een vergisting; geen geborrel, geen gistlucht; de gisting vindt plaats in staande cilindrisch-conische tanks, bovengisting in grote tanks en ondergisting in kleinere tanks!?
  • In de aparte lagerruimte heerst volgens een aan de muur bevestigde thermometer een temperatuur van 21 graden Celsius; een beetje aan de hoge kant dunkt mij.
  • Alle ruimtes hadden ook een opmerkelijk droge vloer; het brouwproces vindt blijkbaar helemaal gesloten plaats
  • Het vreemde is dan ook dat er geen leidingen lopen tussen de brouwzaal en de gistruimte en niet tussen de gistruimte en de lagerruimte. Het transport zal dus via losse slangen moeten verlopen. Verplaatsingen van de gisttanks en van de lagertanks leken mij erg moeilijk, zo niet onmogelijk aangezien er ook nog houten vaten in de ruimte en behoorlijk in de weg lagen.
  • Het vullen van de flessen vindt blijkbaar plaats met een apparaat waarin drie flessen passen; die moeten er met de hand opgezet worden, vervolgens worden deze vacuüm gezogen, gevuld met koolzuurgas en afgevuld met bier. Waar vervolgens dop en etiket geplaatst worden is niet te zien.

Al met al heb ik dus wat vraagtekens bij deze brouwerij. Niettemin, als iemand nog eens in de buurt komt is het toch de moeite om een kijkje te gaan nemen, al was het alleen al voor de locatie en de museumspullen die her en der staan opgesteld.

Kees Emmen

Terug naar overzicht

Een reisje naar Canada

september 2009
Door: Chris Bauweraerts

EEN REISJE NAAR CANADA

Introduktie: Den Ollandse Wittezoemer dacht op terugkeer van zijn vakantie (vakansie, de sjansaar J ) de grootste en de tweede grootste brouwerij van Achouffe te komen bezoeken. Maar de twee personen die hij wenste groeten waren er niet, ze waren een continent verderop… hier volgt het relaas van dit verhaal.

Brewery, Bed & Breakfast…

Wees maar gids in een kabouterbrouwerij… dikwijls is er in een groep steeds iemand die graag hoort zeggen « die kent er wat van » en dus steeds zijn hersens pijnigt om de een of de andere moeilijke vraag te stellen. Met 15.000 bezoekers per jaar worden er dus regelmatig moeilijke vragen gesteld. Onze gids Pol Gekyre werd het beu en loste het « mond vol tanden » probleem op een originele wijze op: hij begon zelf te brouwen, zodat hij nu over het brouwproces heel goed kan meespreken. Zijn Bieren die hij brouwt, de Witte Pol en de Zwarte Pol zijn héél lekker en de 20 liter die hij wekelijks brouwt vinden gretig aftrek in het kaffeetje van zijn Brewery Bed & Breakfast dat hij, samen met zijn vrouwtje Tine, uitbaat.

Persoonlijk ga ik jaarlijks naar het Quebecqiaanse Biermekka dat luistert naar de « Mondial de la Bière ». Een Bierfestivalletje dat juist voor en tijdens het eerste weekend van juni wordt georganiseerd. Dit festivalletje kent een opkomst van zo’n 80.000 bezoekers. Mijn reizen boek ik gewoonlijk tijdens het begin van het jaar. Twee weken voor ik vertrok besliste Pol om mee te gaan. Voor mij geen probleem en alzo zat Pol in hetzelfde Air-Transat vliegtuig van Brussel naar Montréal. Een paar dagen voor de vlucht dacht ik: « wat moet ik met deze PiPo nu aanvangen? Wat kan ik hem zinvol laten doen? »… Brouwen verdomme, in de oudste brouwkaffee van Montréal: « Le Cheval Blanc » gelegen in de « Rue Ontario ».

Jérôme Denys, Le Cheval Blanc en « Les Brasseurs RJ »…

De eigenaar van Cheval Blanc is Jérôme Denys. Jérôme en ondergetekende kennen elkaar al sinds 1992. Hieruit is ondertussen een goede band ontstaan.

Jérôme ontwikkelde héél goede bieren die hun inspiratie in België haalden. Hergisting dus. De brouwzaal van Jérôme werd destijds door Jérôme en Pierre Rajotte (niet onbekend voor de Roerstokkers) bedacht en gebouwd. Deze brouwzaal wordt nu nog steeds gebruikt en werkt héél eenvoudig & efficiënt. Dit kan Pol beamen. Jérôme kende met zijn brewpub zo’n succes dat zijn klanten hem vroegen om flessenbieren te produceren… De Canadese wetten zijn ietwat vreemd ( * ) en staan o.a. niet toe dat bier buiten een brouwkaffee worden geconsumeerd. Jérôme die aan de vraag wenste te voldoen zag zich dus verplicht om een tweede Cheval Blanc brouwerij op te starten in « rue St-Patrick » te Montréal  waar hij vaten en flessenbier produceerde. Hij vroeg toen ook om de recepturen van « LA CHOUFFE » en « Mc CHOUFFE » onder licentie te mogen brouwen. Dit werd hem toegezegd… want nog een eigenaardigheid van de Canadese wetgeving is als volgt: alle alcoholhoudende dranken die in een bepaalde provincie worden geproduceerd mogen vrij in die provincie worden verkocht, de buitenprovinciale alcoholhoudende dranken dienen via een provinciemonopolie hun weg naar de consument te vinden.

De twee distributiesystemen goed begrepen? Dus de originele CHOUFFE-Bieren zijn gedistribueert via de provinciemonopolie, de licentiebieren « Blonde d’Achouffe » en « Brune d’Achouffe » worden nu gebrouwen en uitsluitend in Québec gedistribueerd door « Les Brasseurs RJ », want ondertussen werd CHEVAL BLANC II verkocht aan Roger Jaar. Roger Jaar is waarschijnlijk de rijkste Palestijn die er rondloopt, hij woont in Miami heeft er meerdere activiteiten en hij heeft ooit een rondschrijven gestuurd naar alle micro-brouwerijen in Quèbec met de vraag of ze hun brouwerij niet wilden verkopen. Jérôme die het moeilijk had met twee brouwerijen heeft, net als brasserie GMT, op het voorstel toegehapt en is nu als productieleider te werk bij « Les Brasseurs RJ » een brouwerij dat een jaarproductie kent van 125.000 hl + (50.000 hl productie van de verleden jaar aangekochte brasserie Mc Auslan) … Technisch gezien zijn die 125.000 hl, geproduceerd in de vroegere locatie van GMT, een exploot, want het 18 HL brouwzaaltje van CHEVAL BLANC II en de 35 hl brouwzaal  van GMT  werden parallel gekoppeld. Om die 125.000 hl te halen wordt er om de 3 uur een nieuw brouwsel gestart, 7 dagen op 7,  zo goed als heel het jaar rond! Ik kan nog meer over « Les Brasseurs RJ » verhalen, maar dan wordt dit artikel te lang.

 

Witte Pol

Jérôme Denys is nu nog steeds eigenaar van het pand waar de originele Cheval Blanc is gevestigd, hij is met meer dan 80% hoofdaandeelhouder en verleden jaar verdubbelde de oppervlakte van CHEVAL BLANC. Sinds Jérôme Cheval Blanc II heeft verkocht heeft hij ook niet meer gebrouwen in zijn brouwkaffee en is het Eloi Deit die de roerstok heeft overgenomen.

Eloi vertelde dat zijn jaarproductie 750 hl bedraagt. Eloi dacht om een nieuw Tarwebier te brouwen, het werd de « Witte-Pol ». Na samenspraak met Pol Gekyre kwam Eloi er achter dat het nieuw tarwebier dat hij wilde brouwen in veel opzichten leek op de Witte-Pol. Het relaas van het brouwen laat ik aan Pol over. Wat ik weet is dat Pol dit jaar tot nu toe, in éénmaal meer heeft gebrouwen in Montréal dan in Mont. De dagproductie die Pol op 6 juni heeft gebrouwen in de brouwketels van Cheval Blanc was dan ook 940 liter. Het bier is bij het schrijven van deze regels aan het lageren. Volgens Eloi is de vergisting door het jonge « Belgian Wit » gist véél langzamer verlopen dan verwacht omdat in het receptuur van Pol niet wordt belucht… normaal, Pol overgiet zijn 20 liter brouwsels en de luchtcontact is voor deze beperkte volume voldoende voor een goede gisting. Bij 940 liter is dit natuurlijk wat anders. Verder meldt Eloi dat de smaak héél lekker is, wat fenolen en eucalyptus waarneemt en dat de gebruikte curaçao en citroenschillen nu sterker worden waargenomen dan in het begin.

 

Cheval Blanc: een paar opvallende technische punten

Het meest vernuftige in heel de zaak was de opbergruimte van de looptrede: onderaan een podium in het Kaffee. Ik heb daar alle foto’s van genomen omdat ik het zo vernuftig vond. Een bruikbaar idee voor iemand dat een kaffeeinterieur ontwerpt met een verhoogd podium (komt voor de gezelligheid veel voor en natuurlijk ook om er muzikanten op te laten treden).

De verwarmingseenheid voor de kookketel bestaat uit twee elektrische verwarmingselementen van 16,5 kW elk. Niet te verwonderen want elektriciteit is heel goedkoop in Québec, ze hebben er enorme stuwdammen (de grootste is 80 km lang!) die HydroQuébec benut voor elektriciteitswinning. Deze maatschappij produceert zo veel « hydroelektriciteit » dat ze het overtollige aan de USA verkopen.

De gerstemout komt van Malterie Frontenac, twee jonge bierliefhebbers die geen brouwerij wilden opstarten, maar wel een ambachtelijke mouterij, waar de mout nog handmatig met de schop wordt gekeerd.

Québec: wat ons zoal opviel

In de Pub St-Alexandre te Québec City plaatsen ze ballonnen over de kraan om hun kranen overnacht te vrijwaren van de « vliegendepot ». Als je bedenkt dat hier te lande menige tappers de kraan gewoon in het bier houden…

Hygiënisch wordt er wel getapt, alle cafés beschikken er over een glazenwasser dat uitsluitend dient om glazen te reinigen. Jammer genoeg krijgen de glazen de tijd niet om te koelen en wordt het bier soms in zeer warme glazen geschonken.

Tappen met een mooie schuimkraag kunnen ze in Québec niet. Of is het omdat de consument dit zo wenst en hun glas liever tot het randje vol wensen zien. Al eens een bomvol glas pils gezien? Er smakelijk uitzien is wat anders. In de tijd van INBEV werd op festivals hierop de aandacht getrokken en werden er aan het publiek tapcursussen gegeven. De Brazilianen willen dit, om bezuinigingsredenen, blijkbaar niet meer.

( * ) Vreemde wetgeving 1: Zelfs op terrassen van cafés mag niet worden gerookt. De buurman heeft het recht om dit aan te klagen wanneer hij niet passief wenst te roken, zelfs al woont hij op de 4e verdieping.

( * ) Vreemde wetgeving 2: Op de bus van Québec naar Montréal mag dan, tijdens de 250 km lange rit geen fles wijn of bier worden gedronken. Dit wordt gewoon in beslag genomen. Wat ons natuurlijk, ook is overkomen.

From Mont to Montréal,  Brewery Inter-Pol @ Brasserie Le Cheval Blanc.

Chris Bauweraerts

Terug naar overzicht

"Vodka-Cornichon"..."Cornichon" = "Augurk"

september 2009
Door: Chris Bauweraerts

"Vodka-Cornichon"..."Cornichon" = "Augurk".

 

Hoe te serveren ...

Doe een augurk in een druppelglas. Vul druppelglas met Vodka. Serveer.

 

Gebruiksaanwijzing:

Neem de augurk en bijt er de helf af. Knabbel op en slik door. Hou de andere helft in de hand. Met de vrije hand neem je het glas en ledig je de inhoud in één teug. Knabbel dan de andere helft van de "Cornichon".

Pol heeft op een avond samen met Eloi een hele bokaal "cornichons" opgefret!

 

Greetz,

 

Chris Bauweraerts

Terug naar overzicht

From Mont to Montreal

september 2009
Door: Pol Gekyre

From Mont to Montreal

 

Enkele weken terug, begin juni, had ik de kans om met Chris Bauweraerts naar Canada mee te reizen. Chris reist gemiddeld 2 maal per jaar naar de Quebecquanen.  Door de jaren heen heeft Chris er heel wat zakelijke en vriendschappelijke relaties opgebouwd zodat hij er een graaggezien en bekend bierfenomeen is geworden.

Eén van zijn pappenheimers Jerôme Denis, eigenaar van het oudste brouwcafé van Montreal 'Le Cheval Blanc', gaf toestemming om met zijn brouwmeester, Eloi, samen te brouwen.  Zelf had ik een aantal flessen van verschillende eigen brouwsels meegebracht, een Witte Pol, een Zwarte Pol en een chocoladebier.

Eloi was van plan een nieuw tarwebier te brouwen en de gelijkenis met mijn recept leek onwaarschijnlijk op elkaar, dus na het proeven van de Witte Pol was het beslist dat dit het witbier zou worden. Thuis brouw ik wekelijks 20 liter en nu zou ik in 1 dag mijn jaarproductie overstijgen, niet te geloven, in één keer 940 liter brouwen.

Op zaterdag 6 juni was het zover, dus vroeg uit de veren.

De brouwerij ligt op een loopafstand (20 min) van het hotel. Om 8 uur aangekomen en onmiddellijk beginnen schroten.  Het schroten gebeurde in de kelder en werd zo naar boven gestuurd.  Na de storting hadden we een zeer dik beslag en daarna werd er bij elke stap een hoeveelheid heet water toegevoegd. Naarmate de temperatuur hoger wordt, wordt het beslag dunner.

De brouwzaal bestaat uit een beslagkuip die ook dienst doet als filterkuip.  Daarnaast staat de kookketel die eerst voor de hoeveelheid heet water zorgt voor het uitspoelen van het wort, nog 4 cilinderconische tanks maken de brouwzaal compleet.

De brouwzaal is ontworpen door Jerôme Denis en Pierre Rajotte. Ze werkt heel eenvoudig en efficiënt.  Een glazen wand scheidt de brouwzaal van het café.

In het brouwcafé wordt jaarlijks 750 hl gebrouwen die ter plaatse gedegusteerd en vooral geconsumeerd worden.

Le Cheval Blanc (gelegen in de Ontariostreet) is open van 15u tot 3u.

Een groot krijtbord vermeldt alle bieren, 4 constante bieren en nog een 5-tal creaties van Eloi, waaronder dus binnenkort ook de Witte Pol.

Zijn voorkeur gaat duidelijk naar een hoog EBU-gehalte dat we weliswaar appreciëren.

Enkele Belgische bieren pronken ook op het grote krijtbord; als nieuwkomer de Houblon Chouffe, die voor velen een ontdekking blijkt te zijn.

In principe is het brouwproces voor iedere brouwer gelijk: schroten, maischen, filteren, koken, gisten, lageren en afvullen.

De laatste tijd heb ik enkele brouwerijen en huisbrouwers bezocht en toch heeft iedereen zijn eigen stijl en manier van brouwen.

Dat brouwers vindingrijk zijn is hier het mooiste bewijs van.

En wanneer is het bier lekker? Als men nog een tweede bestelt, zo simpel is het of niet soms.

Pol & Tine Gekyre

Terug naar overzicht

Overschuimers 09-2009

september 2009

Overschuimers

De zomer brandt gaten in het gras en het is ineens heel duidelijk waarom het niet zo goed gaat met de mus in Nederland want spreekwoordelijk vallen ze dood van het dak. Niet bij Pol overigens want die heeft nog nooit een mus op zijn dak gezien. Dat schijnt ook zo te horen want deze vogelsoort schijnt zich vooral prettig te voelen in heggen en ander struweel

In Amsterdam valt ook wel eens wat van het dak maar dan gaat het om drugssmokkelende Nigerianen die bij ontdekking door de politie kiezen voor een vrije val, dat valt niet mee in de Bijlmer want de flats zijn daar hoog en het beton hard. Het vallen is niet zo erg maar het landen is nogal onprettig, ja ieder beroep heeft zo zijn nadelen, als je high bent is de vloer low.

Zomertijd is natuurlijk vakantietijd en het overgrote deel van de Nederlandse bevolking is er dan ook op uitgetrokken, op zoek naar andere plaatsen, landen, klimaten. In het geval van Roerstokleden zijn ze ook nog op zoek naar andere bieren. Dat heeft met logica niet zoveel te maken natuurlijk. Stel je rijdt naar Italië om daar wat speciaal bier te ontdekken, of naar Beieren waar de serveersters naar verluidt hun hand niet omdraaien voor het aanpakken van 10 of meer literglazen bier. Daarbij hun vracht steunend op hun bovengemiddeld weelderige vormen. Of er al wetenschappelijke onderbouwing is voor de relatie  BBB (Bier, Beieren, Borsten) is Pol niet bekend maar er zijn vast wetenschappers die deze handschoen willen opnemen. Stel dus, dat je naar een ver land rijdt om daar bieren te ontdekken, ben je dan slim bezig? Nee, natuurlijk, een eenvoudige rekensom leert dat op en neer naar München toch zo’n 1500 kilometer is (voorzichtige schatting), dat kost met een gemiddelde auto toch al gauw 120 liter benzine maal 1,30 euro (voorzichtige schatting want Pol moet het met een fiets doen en ziet zelden een benzinepomp). Ondanks een (zeer) ruime onvoldoende voor wiskunde in de schoolcarrière van Pol komen we dan toch op een vrij reële schatting van 160 euro aan alleen maar rijden. Daar komt dan nog bij: hotel of tent (€ 500), uit eten of brandschade door koken op onveilige campingbrandertjes (€ 300), aanschaf van impulsaankopen (€ 250, waaronder plastic rotzooi, T-shirts met I hartje en dan de plaatsnaam van de vakantiebestemming), verzenden van kaarten (0 euro want alweer vergeten), aankoop van caravan (€ 10.000) onderbrengen van huisdieren (€ 600, hun hotel is beter), verdroogde planten bij terugkomst (€ 10, het was al niet veel), deuk in auto na cafébezoek (€ 400), ziekenhuiskosten na betasten Beierse Borsten na teveel Bier (€ 600 want niet verzekerd) en dan is nog lang niet alles gerekend want je eet ook nog wel eens een ijsje (of legt dat op je blauwe oog na die verkeerd uitgevallen Beierse avond).

Zelfs met minder rekentalent dan Pol kun je dan toch al snel berekenen, dat het veel voordeliger is om de speciaalbieren die je wilt drinken gewoon via Internet te bestellen en die lekker thuis in je eigen lekkere stoel te genieten. Zelfs een bier uit Japan is dan niks te gek en mochten ze bier brouwen in Afghanistan (Burka Beer, The Hidden Secret) dan kan ook dat best betaald worden. Geen gedoe met ruzies onderweg over de route, geen oververhitte filemomenten, slappe of juist veel te sterke koffie, dagen niet kunnen poepen door verandering van voedsel of juist alleen maar. Maar ja, we gaan gewoon ieder jaar toch weer op vakantie.

En Pol nog ergens geweest? Jawel een paar dagen naar London, heet, smog, lawaai, druk, duur. Wel lekker toch, die Guinness uit de tap maar hadden ze die ook niet op de Heuvel?

Pol de Schuimer

 

Terug naar overzicht

Brew Like a Monk

september 2009
Door: Jacques Bertens

BERTENS BLIK IN DE BROUWKETEL

Brew Like a Monk

In 2005 is het boek Brew Like a Monk uitgegeven, geschreven door de Amerikaan Stan Hieronymus. Door veel hobbybrouwers in de USA, maar ook hier in de lage landen, wordt dit gezien als een standaardwerk als het gaat om het brouwen van Belgische bieren. Voor mij is dat verrassend omdat ik er toch van uit ga dat hobbybrouwers hier in Nederland en België meer weten over hoe Belgische bieren en vooral trappisten en abdijbieren gebrouwen worden dan een Amerikaan die een aantal Belgische brouwerijen bezoekt. Reden voor mij om het boekje rustig en kritisch te lezen.

Al snel blijkt dat Stan Hieronymus niet over één nacht ijs is gegaan en dat hij geprobeerd heeft zich zo goed mogelijk te oriënteren op het gebied van de Belgische bieren. Één van de belangrijke bronnen voor Stan is Derek Walsh geweest. Diverse keren wordt Derek vernoemd en de bladzijden 208 en 209 zijn speciaal aan hem gewijd. Ook heeft Derek een aantal foto’s voor het boekje aangeleverd. Toch wel jammer dat Derek in het begin van het boek aangeduid is als een Belg. Zoals velen van ons weten is Derek Canadees van geboorte en woont en werkt hij in Nederland.

Een andere belangrijke bron voor het boek zijn volgens Stan de boeken van Sjef van den Steen geweest. Deze boeken zijn Nederlandstalig. Iemand zal deze boeken (gedeeltelijk) voor Stan vertaald hebben. Wij hebben dat probleem natuurlijk niet en kunnen deze boeken in onze moerstaal lezen zonder informatieverlies. Wel zijn de boeken ‘Trappist, het bier en de monniken’ en ‘Abdijbieren’ van Sjef moeilijk verkrijgbaar. Tweedehands via Bol.com is er echter wel aan te komen.

Grappig was het om ook mijn eigen naam in Brew Like a Monk tegen te komen. Dit in verband met het feit ik samen met Ronald Baert zoveel jaar terug onderzoek heb gedaan naar de samenstelling van het Belgische leidingwater (vermoedelijk wijkt het water dat de verschillende trappistenbrouwerijen gebruiken niet veel af van het plaatselijke leidingwater).

In hoofdstuk 2 worden de zes Belgische abdijbrouwerijen en hun bieren besproken. Uit de citaten van interviews klinkt de authenticiteit van de trappisten goed door. De geschiedenis van de trappistenbrouwerijen wordt hier uit de doeken gedaan. Dit hoofdstuk vind ik eigenlijk wel het beste deel van het boekje.

Op een correcte wijze wordt stilgestaan bij het feit dat abdijbieren geen trappist genoemd mogen worden. Alleen bier dat gebrouwen wordt in een trappistenbrouwerij en waar de trappisten zeggenschap hebben over de productie mag trappist genoemd worden.

Lange tijd was ik kind aan huis bij trappistenbrouwerij De Koningshoeven. Het gaat mij dan ook aan het hart dat deze brouwerij niet besproken wordt. De Koningshoeven was weliswaar een tijd uitgesloten als zijnde een trappistenbrouwerij maar vanaf oktober 2005 mag deze brouwerij het logo "Authentic Trappist Product" weer voeren. Het boek van Stan dateert van 2005 en daarom wordt De Koningshoeven behandeld als een abdijbier. Jammer. Gelukkig wordt deze omissie op de website, die gestart is naar aanleiding van het boek (www.brewlikeamonk.com), rechtgetrokken. Stan heeft bij de voorbereiding van zijn boek De Koningshoeven niet bezocht ondanks het feit Derek Walsh hem verteld had dat De Koninghoeven het logo weer zou mogen gaan voeren.

Stan weet dus heel goed wat het verschil is tussen een abdijbier en trappistenbier. Verder wordt in het boekje terecht opgemerkt dat er veel abdijbieren op de markt zijn die helemaal niets van doen hebben met historische abdijbrouwerijen. Er wordt namelijk niet binnen elke kloosterorde gebrouwen.

Hoewel de titel en de eerste hoofdstukken anders doen vermoeden gaat het boek over zware Belgische bieren in zijn algemeenheid. Zo wordt bijvoorbeeld uitgebreid stilgestaan bij Brouwerij Duvel, Brouwerij Kerkom en Brasserie Caracole. Maar ook tal van andere Belgische brouwerijen die niets van doen hebben met monniken worden besproken. Het lijkt er een beetje op dat in de USA alle Belgische bieren op één hoop gegooid worden. In het boek wordt ook gesproken over “Belgian style beers”. Na het beluisteren van een paar internetuitzendingen van BasicBrewing kwam ik er achter dat Stan Hieronymus hierin niet alleen staat. Ook andere Amerikanen doen dit. Op zich niet zo vreemd want ook wij willen het wel eens hebben over een Engelsachtig of Duitsachtig bier. Toch komt het bij mij wat vreemd over om alle zware Belgische bieren over één kam te scheren. Gelukkig wordt in het boek ook benadrukt dat de verscheidenheid aan Belgische bieren groot is en dat de Belgen zelf niet verzot zijn op het indelen van bieren in biertypen.

Op bladzijde 207 wordt geciteerd uit een e-mailwisseling met Joris Pattyn van Zythos. “We have strong blond ales, we have dark sweet-sour beers, we have saisons, we have strong Brown roasted beers and light Brown ales.” Ik neem aan dat deze opsomming alleen betrekking heeft op de zware Belgische bieren want het bierlandschap is in België toch heel wat rijker. Zo wordt niet gesproken over de unieke lambiek- en geuzebieren en over de smakelijke witbieren. Ook de grote plas pils die in België wordt gebrouwen wordt niet genoemd.

 

Naast aandacht voor Belgische brouwerijen staat Stan ook uitgebreid stil bij Amerikaanse brouwerijen die Belgian style beers brouwen. Naar mijn idee is dat voor ons het minst interessante gedeelte van het boek. Waarom zouden wij willen weten hoe Amerikanen Belgische bieren klonen? Wij kunnen veel beter naar het origineel kijken. Veel dichterbij en goed verkrijgbaar. Daarnaast kunnen wij eenvoudig gesprekken voeren en van alles vragen als we bij de Belgische brouwerijen op bezoek zijn.

Als we de aanwijzingen opvolgen die in het boekje staan zouden we wel eens op het verkeerde spoor gezet kunnen worden. Zo wordt brouwer Vinni Cilurzo geciteerd. Hij wil zijn bieren: “to be clear, bright and dry as it ages out”. In mijn beleving zijn veel Belgische bieren niet schoon, helder en droog. Schoon en helder zijn vooral Duitse eigenschappen. Tijdens een serie over Belgische bieren die onlangs te zien was op de Belgische TV werd ook stilgestaan bij de groeiende populariteit van Belgisch bier in de USA. Hierin werd terloops gezegd dat de Amerikanen veelal brouwen in de Duitse traditie. Hoewel ik nog nooit in de USA ben geweest geloof ik dat onmiddellijk gelet op alle verhalen die ik over Amerikaanse bieren en brouwmethoden gelezen heb.

Omdat het boek bedoeld is voor Amerikanen die Belgische bieren willen brouwen worden ingrediënten en werkwijzen besproken. Opvallend is de aandacht voor het gebruik van suiker. Zoals velen van ons weten worden in veel Belgische brouwerijen soms ongekende grote hoeveelheden suiker gebruikt. Jarenlang zijn de Amerikaanse hobbybrouwers gewaarschuwd tegen het gebruik van suiker in bier. Het zou een onaangename ciderachtige smaak geven. Mijn ervaring is dat dit reuze meevalt. Een oordeel dat kennelijk ook gedeeld wordt door Mark Ruedrich van de North Coast Brewing. Het bang zijn voor het gebruik van suiker zou wel eens kunnen komen door de aversie tegen het gebruik van andere grondstoffen dan mout, hop, water en gist. Een aversie die waarschijnlijk voortkomt uit het Duitse Reinheitgebot. Veel Amerikaanse brouwers zijn immers van Duitse afkomst.

Heel aardig is dat vermeld wordt dat Peter Bouchart, de in België geboren brouwer van de New Belgium Brewing brouwerij, vindt dat net als bij het Duitse Reinheitsgebot (gist  wordt in het Reinheitsgebot niet genoemd) Belgische bieren gebrouwen moeten worden met slechts drie ingrediënten: “Knowledge, Experience and Creativity”!

Met het hardnekkig misverstand dat je per se kandijsuiker moet gebruiken bij Belgische bieren wordt in het boekje afgerekend. Op bladzijde 133 wordt vermeld dat de Amerikaanse brouwerij “Ommegang” in 1997 de witte kandijsuiker verving door kristalsuiker (chemisch gezien het zelfde als kandijsuiker) en later door glucose zonder verandering van smaak.

Verder wordt in het boek stilgestaan bij het feit dat steeds meer Belgische brouwerijen de laatste jaren overgestapt zijn op het gebruik van cilinderconische gisttanks (CCT). Deze overschakeling heeft invloed op de smaak van het bier. Met name krijg je minder esters in het bier door het gebruik van CCT’s. Naar mijn idee is deze overschakeling niet uniek voor Belgische bieren. Ook in andere bierlanden om ons heen worden de laatste 10-tallen jaren CCT’s gebruikt. Naar mijn idee was er in België eerder sprake van een achterstand op dit gebied die nu ingelopen wordt. Zo heb ik ook met wat verbazing in het verleden pleidooien gelezen voor het gebruik van open vergistingen omdat sommige ambachtelijke Belgische bieren ook open vergist werden. In feite is open vergisting een verouderde techniek.

Ook aardig te vermelden is dat op bladzijde 192 Dave Logsdon van Wyeast aangehaald wordt. Volgens hem heeft iedere brouwer zijn eigen ideeën als het gaat over wat ideaal is als het gaat om het esterprofiel. Naar mijn idee een waarheid als een koe. De hoeveelheid esters in Belgische bieren varieert enorm.

Verder wordt in het boekje een methode besproken om de hoeveelheid esters te beperken terwijl je tegelijkertijd een betere eindvergistingsgraad krijgt. Deze methode bestaat uit een koude start van de vergisting waarna men de temperatuur langzaam laat stijgen. Het bier gist hierdoor goed uit. Indien je beschikt over een koelkast met een nauwkeurige thermostaat is dit goed uit te voeren. In de wintermaanden kun je met behulp van een gloeilamp (gauw kopen zolang het nog kan) de temperatuur in de koelkast laten stijgen. Of veel Belgische brouwerijen zo ook daadwerkelijk vergisten weet ik niet. Toch eens vragen als we weer eens een brouwerij bezoeken.

Naast de nodige kritiek die ik op het boekje heb moet ik toch constateren dat er veel bruikbare tips in staan voor het brouwen van zware Belgische bieren. Veel van deze kennis was al bekend. De kracht van het boekje is dat deze informatie overzichtelijk bij elkaar is gezet. Ik sluit zeker niet uit dat je zo hier en daar nog wat zaken vermeld ziet die nieuw voor je zijn.

Voor € 16,99 is het boek te koop bij Bol.com. Als je het boek besteld via een link naar Bol.com die je kunt vinden op de site Hobbybrouwen.nl doe je mij een groot plezier. Je steunt dan het Forum Hobbybrouwen.nl en het kost je geen cent meer. Dit geldt overigens voor alle andere boeken die je bestelt nadat je op een advertentie voor Bol.com op de site Hobbybrouwen hebt geklikt. Bedankt alvast!

Jacques Bertens

Terug naar overzicht

Gruut doet opnieuw intrede in bier

september 2009
Door: Jan van Pelt

GRUUT DOET OPNIEUW INTREDE IN BIER

Onderzoek kan ook uitmonden in het gebruik van draf in brood

Het Innovatiecentrum meldt de succesrijke start van de Gentse brouwerij Gruut, die als een van de eersten in België gruut herintroduceert in bier.

In 2008 immers was door Annick De Splenter, oprichtster van de firma, in samenwerking met het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen een KMO-Innovatiestudie aangevraagd. De studie werd uitgevoerd met CBOK KaHo St.-Lieven te Gent.

Doel was de technische haalbaarheid na te gaan van de productie van bier met het kruidenmengsel in plaats van de traditionele hop, alsook de sensoriële evaluatie van het nieuwe bier. De studie werd succesvol afgesloten begin 2009. Enkele maanden later ging de gruutbrouwerij officieel van start. Op dit ogenblik is Gruut Wit, Gruut Amber en Gruut Blond beschikbaar.

Daarnaast is ook een onderzoek gestart voor het aanwenden van draf voor het bakken van brood. De draf is een nevenproduct dat ontstaat tijdens de bereiding van bier. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het laboratorium voor graantechnologie van de Hogeschool Gent. Het is de bedoeling om ook dit brood aan de Huidevettershoek, waar Brouwerij Gruut is gevestigd, te produceren en te verkopen.

Achtergrond

In de middeleeuwen werden typische kruidenmengsels (“gruyt”) toegevoegd om het bier te aromatiseren en een scherpere, bittere smaak te geven. Gruyt was een mengeling van gedroogde planten (o.a. gagel, wilde rozemarijn, dennenhars, duizendblad, laurier, gember, koriander). Deze werden gemalen tot meel waarvan 2 kg per hectoliter werden toegevoegd. Zodra bier op grote schaal gebrouwen en winstgevend werd, hieven de landheren accijns op basis van de afgenomen hoeveelheid gruyt (“gruytrecht”).

In de 8ste eeuw werd hop wellicht voor het eerst toegepast op kleine schaal bij de bierbereiding in abdijen. Hop bleek uitstekende conserverende en smaakbevorderende eigenschappen te verlenen aan bier, en er werden geen belastingen op geheven, in tegenstelling tot op gruut. Als gevolg daarvan werd geleidelijk aan meer hop gebruikt (als reactie daarop voerde de overheid later ook een hopaccijns in). In de 13de en 14de eeuw ontstond dan uiteindelijk een felle concurrentieslag tussen hopbier en gruytbier. In ons land steeg de populariteit van hopbier in plaats van gruytbier vanaf de 14de eeuw. Doorslaggevende reden was dat het hopbier langer houdbaar was.

 

Bron: Engineeringnet.be (Benelux), met dank aan Jan van Pelt

Terug naar overzicht

Hernieuwde interesse in het zelf brouwen van bier

september 2009
Door: Jan van Pelt

Hernieuwde interesse in het zelf brouwen van bier

Uit een onderzoek, uitgevoerd bij 1.500 Vlaamse studenten (18 tot 25 jarigen) door Guido magazine in samenwerking met Brouwland, waarin gepeild werd naar de drank- en in het bijzonder de biercultuur bij jongeren, blijkt dat de Vlaamse studenten “genieten” in de eerste plaats associëren met het drinken van alcohol. Vooral mannen zijn die mening toegedaan en denken daarbij in eerste instantie aan een frisse pint. Ook sterke en duurdere bieren zoals Duvel en abdijbieren (o.a. Leffe en Westmalle) blijken zeer populair bij de Vlaamse jongeren. Op de vraag naar hun favoriete biermerk verkoos 22% van de respondenten Jupiler boven Stella Artois (16,5 %). Op geruime afstand volgt Lindemans en Duvel. De top 5 wordt vervolledigd door Kriek.

Breezer is “out”, speciaalbieren zijn “in”

Ook in het drankgebruik spelen trends een rol en hebben alcoholische dranken bij de Vlaamse jongeren af te rekenen met een bepaald imago. Zo wordt Breezer beschouwd als “passé”, te jong en plat commercieel. Jenever krijgt dan weer het etiket van “oubollig” opgeplakt. Schuimwijn of Cava, witte wijn, normale pils, bieren van hoge gisting (vb. Duvel) en trappisten of abdijbieren (bv. Leffe en Westmalle) zijn daarentegen erg in trek. Deze laatste twee worden, samen met whisky, bovendien als zeer authentiek beschouwd.

Eigen bier eerst

Uit de enquête blijkt ook dat maar liefst 43% van de respondenten zelf graag zijn of haar eigen alcoholische drank zou willen brouwen. De voorkeur voor welke drank is echter verschillend tussen jongens en meisjes. Zo bestaat de top drie van de vrouwelijke respondenten uit respectievelijk schuimwijn, witte wijn en een eigen speciaalbier. Jongens zetten het brouwen van een eigen speciaalbier op de eerste plaats, nadien volgt de eigen pils en pas op de derde plaats vinden we schuimwijn terug. Slechts enkelen verkiezen het creëren van een eigen frisdrank of denken (onterecht) dat het zelf brouwen van alcohol illegaal is.

Deze interesse verklaren ze deels vanuit de behoefte om hun eigen ding te doen (65%). Maar ook de prijs speelt een belangrijke rol. Zo is thuis brouwen, zeker nu de commerciële bieren voortdurend prijsstijgingen doorvoeren, een pak goedkoper. Daarnaast speelt ook de smaak een rol. Een zelf gebrouwen bier is immers veel lekkerder doordat je onder andere zelf smaakaccenten kan toevoegen (zoet of bitter, fruitig of niet fruitig).

Maar ook programma’s als “Katarakt”, “De smaak van de Keyzer” en “Tournée Générale” spelen een rol in de heropleving van het zelf brouwen van alcoholische dranken.

 

De resultaten bevestigen het vermoeden van Brouwland, Europa’s meest gespecialiseerde leverancier voor wijnmakers, likeurbereiders en bierbrouwers. Het bedrijf biedt grondstoffen, toestellen en alle mogelijke accessoires aan voor het artisanaal bereiden van bieren, wijnen, fruitsappen, likeuren en kaas en levert zowel aan professionals (o.a. kleine brouwerijen) als hobbyisten.

 

De laatste tijd zagen zij ook de interesse, vanuit de jongerenhoek, sterk stijgen. Om die reden organiseert Brouwland een grote biercompetitie waarbij jongeren uit heel Vlaanderen zullen strijden om de titel van “Beste zelf gebrouwen bier van Vlaanderen”. Alvorens de geïnteresseerden aan de (bier)slag kunnen, krijgen zij een professionele opleiding bier brouwen en de volledige infrastructuur voor het zelf brouwen ter beschikking. De gelukkige winnaars zien hun bier op kosten van Brouwland in grote hoeveelheden geproduceerd worden. Op vrijdag 10 juli vindt in de gebouwen van Guido in Gentbrugge een eerste biercursus plaats. Ondanks de start van de vakantie en het mooie weer, schreven reeds 50 enthousiaste deelnemers zich in om deze eerste kennismaking met het zelf brouwen van bier bij te wonen.

 

Bron: Field Communication / http://www.ezpress.be/news/8983

Met dank aan Jan van Pelt

Terug naar overzicht

De Kunst en het Brouwen

september 2009
Door: Paul Langenberg

De Kunst En Het Brouwen

De vakantie heeft natuurlijk Nederland nog in zijn greep, of in ieder geval een groot deel van Nederland, het schijnt dat op sommige mistroostige plekken de vakantie alweer voorbij is. Niet fijn met dit weer want het is wel een zomer en die zomer is net zo hevig op het terrein van Moerenburg, het oude rioolgemaal waar de kunst welig tiert nu het zuiveren van water tot bijzaak is geworden.

De meeste Roerstokkers hebben nog wel meegekregen dat we op een van de laatste clubavonden bezoek kregen van Henriëtte Waal, kunstenaar, die zich deze zomer bezighoudt met haar interpretatie van het eetbaar landschap, thema van dit project aan het kanaal. Eetbaar hier wat meer te interpreteren als drinkbaar maar aangezien iedereen weet dat een bier minstens twee boterhammen is, mag dat geen probleem zijn.

Raar?

Gewoon bier brouwen is natuurlijk wel een kunst maar gewoon bier is voor een habbekrats te koop in de supermarkt en waarom gewoon doen als je ook ongewoon kunt doen. Dus hop kan maar waarom geen gras? Het landschap is bezaaid met bloemen, zaden, bladeren, planten, kruiden, etc., dus waarom zou je die niet gebruiken om eens wat anders te maken? Kortom, doe eens iets anders. Ondergetekende was er wel voor te porren en mocht als eerste zijn installatie transporteren naar het terrein van Moerenburg om aldaar op locatie te brouwen. Officieel was er geen stromend water maar de natuur dacht daar anders over en besproeide ons rijkelijk met regen. Brouwen met regenwater zou ook best kunnen en wie weet wat het oplevert.

Gewoon

Het eerste bier was nog gewoon bier, althans, er werden geen bijzondere toevoegingen gebruikt of je moet spelt als iets bijzonders beschouwen. Voor Henriëtte ging het erom de kunst van het brouwen machtig te worden, kennis van het proces en kennis van het gebruik van de diverse materialen. Omdat de voorbereidingstijd nogal beperkt was had ik niet zo goed nagedacht over de receptuur. Het gevolg was dat ik een te zware hopsoort gebruikte voor een speltbier. Bij een eerste proef na een week op de fles stond mijn gezicht dan ook niet in de “lekkerstand”. Dat had ook te maken met de reeds genoemde zomer die de gisttemperatuur tot grote hoogte opdreef. In eerste instantie leek het bier meer geschikt als velgenreiniger maar de tijd heelt alle wonden en na enige weken evolueerde het bier tot een smakelijk zomerbier.

Aankoop

De boer, hij ploegde voort, en Henriëtte bleef ook niet stilzitten. Diverse leden toonden zich bereid om zich in te zetten voor het project. Zij toonden hun materialen, vertelden over hun manier van brouwen en gingen mee om spullen in te kopen. Op naar Brouwland in België en het lukte Henriëtte om in korte tijd veel spullen te verzamelen. Het is nog lang niet klaar want het moet ook nog een rijdende brouwerij gaan worden dus er zal nog wat gelast, geschroefd en geprobeerd moeten worden voor het zover is. Ondergetekende mocht nog een keer meedoen met brouwen en dit keer hoefde hij al veel minder mee te nemen want veel was er al, bijvoorbeeld een glanzend gistvat van roestvrij staal. Bij wijze van experiment werd op het laatst wat rode klaver toegevoegd, die rook best lekker. Evenals de eerste keer was er weer regen genoeg, toch gek in zo’n mooie zomer. Of het ook smaakt moet nog blijken maar het lijkt zeker niet onmogelijk.

Drinken en eten

Het thema van dit kunstproject is eetbaar landschap dus drank alleen kan niet voldoende zijn. Naast de brouwerij is er dan ook iemand die ter plekke een veldkeuken heeft gemaakt en vissen bakte door er klei omheen te kneden en de vissen dan in het vuur te leggen. Er is een eetbare bloementuin (nooit geweten, dat je zoveel bloemen kunt eten), er was een chocoladeproeverij van chocola met diverse kruiden ( lavendel chocola blijkt erg lekker te zijn) en nog veel meer. Kortom, er is veel te doen.

Anders

Het kunstproject in de Moerenburg lijkt in ieder geval een brug te slaan tussen de ambachtelijke brouwers en de wereld van de kunsten. Het gewone wordt anders, het andere wordt gewoon.

Het terrein op zich is al de moeite waard om te bekijken en er waren op de Zondagen dan ook veel Roerstokleden te zien naast de kunstminnaars (die vaak ook wel een lekker bier lusten).

Nu maar hopen dat veel mensen zich geroepen voelen om op een mooie Zondag, die zijn er dit jaar veel, eens even langs te rijden en zich te laten verbazen over wat een landschap te bieden heeft aan smaken.

Komt dat zien, iedere zondag en café Zomerlust is vlakbij, dat moet toch een geruststelling zijn.

Paul Langenberg

Terug naar overzicht

Jazzcookin

september 2009
Door: Han Hidalgo

NIEUW OP DE BOEKENPLANK: Jazzcookin

 

Onlangs verscheen er op de markt een leuk en origineel kookboek voor iedereen die van lekkere gerechten houdt in combinatie met Jazzmuziek. Bij het boek zit een cd met een selectie van schitterende Jazzmuziek die schrijver Han Hidalgo inspireerde bij het samenstellen van de diverse gerechten en cocktails. Naast de recepten wordt er ook nog volop achtergrondinformatie verschaft over de songs, de schrijver en de artiesten die de songs uitvoeren. Voor de meeste Roerstokleden is Han Hidalgo inmiddels geen onbekende meer. Meerdere malen was Han samen met zijn echtgenote Marie Therese te gast op een van onze clubavonden. Ook zijn site www.biercuisine.nl trekt dagelijks vele bezoekers.

Jazzcookin: een verrukkelijk cadeau voor de bier & Jazzliefhebber!

Terug naar overzicht

In Memoriam

september 2009
Door: Huub Soemers

IN MEMORIAM

Albert van Kaauwen 1937 - 2009

Onlangs bereikte ons het droevige bericht dat oud Roerstoklid Albert van Kaauwen is overleden. Albert was al een aantal jaren geen lid meer van onze vereniging maar het leek ons niet meer dan normaal om dit droevige nieuws onder jullie aandacht te brengen. De meeste van jullie zullen Albert nog wel herinneren als een groot, rustig en serieus iemand. Na het volgen van de bierbrouwcursus werd Albert lid van onze vereniging. Bijna elke 2e vrijdag van de maand bezocht hij trouw de clubavonden, waar hij meestal met een vast groepje leden aan een tafel zat te genieten van wat komen ging. Tijdens deze avonden stak hij veel op en dit resulteerde in een aantal bijzonder lekkere bieren waarvan de recepten anno 2009 nog steeds op de verschillende biersites staan vermeld. Wie kent niet zijn indrukwekkende “Russian Imperial Stout” en het beroemde “Groene Dupke”. In de loop van de jaren wist Albert diverse 1e prijzen in de wacht te slepen, niet enkel tijdens de clubwedstrijden maar ook op het ONK van 1990 ging Albert met een 1e prijs naar huis. Ook was hij altijd bereid om iets voor de vereniging in elkaar te knutselen, want naast een goede brouwer was hij ook een meester in het houtbewerken. Kroon op zijn werk voor onze vereniging was de imposante Roerstok die jaren lang dienst deed als wisseltrofee voor vele Nederlandse kampioenen. Een paar jaar geleden verhuisde Albert en zijn vrouw Thea naar een schitterend appartement aan de Besterdring en mede hierdoor was Albert genoodzaakt om met het thuisbrouwen te stoppen. Samen genoten ze nog van hun kinderen, kleinkinderen en trokken er regelmatig nog op uit voor een wandeling in de natuur, een terrasje pikken, of een cultuurreis naar een ver en vreemd land. Een paar jaar gelden werd Albert ziek en in april van dit jaar is Albert thuis gestorven. Hierbij wensen wij Thea, kinderen en kleinkinderen heel sterkte toe bij het verwerken van dit enorme verlies.

Namens het bestuur, Huub Soemers

 

Terug naar overzicht

Recept voor zatte kip uit de oven

september 2009

KOKEN MET BIER

 

Recept voor zatte kip uit de oven

Smeer een lekkere biologische kip in met olijfolie, peper en zout. Maak met een blikopener een blikje bier open. Drink (of giet) er de helft uit en vul het blikje met knoflook, verse tijm en rozemarijn en stukken citroen met schil. Schuif de kip over het blikje, zodat het blikje rechtop blijft staan en het lijkt of de kip er op zit. Nog wat olijfolie en citroen erover, een dik uur in de oven, et voila. Serveren met aardappeltjes met rozemarijn uit de oven

 

Bron: Lekker naar de boer – zomermagazine

Terug naar overzicht