8 artikelen uit het clubblad van Mei 2010

Terug naar overzicht

Uitslag Roerstok clubkampioenschap 2009-2010

mei 2010
Door: Raymond van Gils

De uitslagen van de clubkampioenschappen 2009-2010

 

De strijd is gestreden. De besten zijn geëerd. En nu wil de rest van het deelnemerveld graag weten hoe hun bier heeft gescoord. Welnu, weldra volgen de uitslagen.

Eerst nog even een kleine toelichting. We vonden het nodig en ook bij wijze van experiment om er een paar commerciëlen mee te laten doen. Zo kan een ieder beoordelen en relativeren.

Helaas is – achteraf gebleken - niet het juiste biertype opgegeven. Van de andere kant speelt dit ook weer niet zo’n hele grote rol, immers lekker is lekker en v…. We zijn ook niet allemaal gediplomeerde keurmeesters met verstand van het hele scala aan biersoorten.

De biertypen gemerkt met een (F) hebben met de finale meegedaan. Zo kan het zijn dat een bier bij de finale een lagere score krijgt en daardoor een lager gemiddelde overhoud dan een bier wat niet in de finale heeft gezeten.

De ´s´ staat voor spreiding. Hoe kleiner het getal des te meer de resultaten bij elkaar liggen wat beter is.

 

Categorie Licht-Smal

 

ranking

brouwer(s)

biertype

beginSG

Waardering

1

Fon de Laat

Witbier (F)

1048

7,03

2

Peter van Iersel

Pale ale (F)

1055

6,94

3

Joost Kock

Witbier (F)

1044

6,87

4

Carel v. Bladel & Noud v. Kempen

Weizen (F)

1050

6,66

5

Henk Castelijns

Blond (F)

1053

6,53

6

Piet Reniers

Blonde (F)

1056

6,52

7

Raymond van Gils

Weizen

1055

6,31

8

Francis Reichwein

Weizen

1050

6,04

9

Peter van Iersel

Witbier

1050

5,94

10

Wim van den Kieboom

Blond 193

1054

5,90

11

Piet Reniers

Witbier

1058

5,88

12

Henk Castelijns

Saison

1057

5,78

13

Ton van Riel

Ale

1052

5,58

14

Ollie Lem

Witbier

1050

5,54

15

Wim van den Kieboom

Saison 134

1054

5,21

16

Armand en Raymond van Gils

Pale ale

1059

5,11

17

Arjan Baks

Saison

1058

4,84

18

Armand en Raymond van Gils

Weizen

1055

4,83

 

Categorie Licht-Dik

 

ranking

brouwer(s)

biertype

beginSG

Waardering

 

1

Joost Kock

Blonde (F)

1064

6,98

 

2

Noud Boogers

Tripel (F)

1084

6,92

 

3

Theo Verschoor

Tripel (F)

1078

6,88

 

4

Noud Boogers

Blonde (F)

1071

6,81

 

5

Wim van den Kieboom

Blonde (F)

1062

6,66

s=0,59

6

Marc Vriens

Tripel

1080

6,66

s=0,76

7

Fon de Laat

Tripel

1077

6,59

 

8

Kees Rommelse

Blonde

1064

6,58

 

9

Marc Vriens

Tripel (F)

1075

6,55

 

10

Piet Reniers

Tripel

1095

6,47

 

11

Wim van den Kieboom

Tripel

1062

6,46

 

12

Peter van Iersel

Blonde

1065

6,43

 

13

Henk Castelijns

Tripel

1096

6,18

 

14

Joost Kock

Tripel

1072

6,09

 

15

Brouwerij Bosteels (B)

Tripel Karmeliet

> 1060

6,04

 

16

Piet Reniers

Meibok

1065

6,01

 

17

Erik de Clerck

Blonde

1065

5,84

 

18

Erik de Clerck

Tripel

1079

5,80

 

19

Fon de Laat

Blonde

1060

5,56

 

20

Will Tieman

Tripel

1063

4,85

 

Let op de 15e plaats voor de Tripel Karmeliet!

 

Categorie Donker-Smal

 



ranking

brouwer(s)

biertype

beginSG

Waardering

1

Frans Hendriks

Oude Porter (F)

1059

7,07

2

Carlo Rossi

Stout (F)

1054

6,76

3

Frans Hendriks

Porter (F)

1058

6,58

4

Peter van Iersel

Amber (F)

1050

6,45

5

Carlo Rossi

Mild Stout (F)

1058

6,34

6

Fon de Laat

Dubbel Abdij (F)

1061

5,93

7

Wim van den Kieboom

Amber 205

1050

5,89

8

Wim van den Kieboom

Porter 210

1058

5,69

 

 

Categorie Donker-Dik

 

ranking

brouwer(s)

biertype

beginSG

Waardering

 

1

Ben van der Veer

Barley Wine (F)

1082

7,37

 

2

Brasserie Rochefort

Rochefort 8

> 1060

7,36

 

3

Peter van Iersel

Strong Stout (F)

1070

7,34

 

4

Noud Bogers

Quadrupel (F)

1085

7,30

 

5

Brouwerij St. Bernardus

Bernardus Abt 12

> 1060

7,11

 

6

Piet Reniers

Quadrupel (F)

1080

7,09

 

7

Carlo Rossi

Dubbel

1078

6,86

 

8

Peter van Iersel

Barley Wine

1090

6,78

 

9

Kees Rommelse

Vlaams Bruin (F)

1075

6,73

 

10

Carlo Rossi

Dubbel

1082

6,69

 

11

Frits Haen

Stout

1070

6,65

 

12

Wim van den Kieboom

Quadrupel 196

1074

6,55

 

13

Armand & Raymond van Gils

Dubbelbok

1084

6,49

s=0,65

14

Fon de Laat

Dubbel 2010-12 (F)

1076

6,49

s=1,32

15

Henk Castelijns

Dubbel 50

1070

6,44

 

16

Jos van Vroonhoven

Chocolate Porter

1068

6,40

 

17

Armand & Raymond van Gils

Tarwebok

1068

6,35

 

18

Frans Hendriks

Barley Wine

1080

6,31

 

19

Joost Kock

Dubbel

1065

6,29

 

20

Henk Castelijns

Dubbel 44

1070

6,26

 

21

Erik de Clerck

Bokbier

1072

6,15

 

22

Marc Vriens

Dubbel

1085

6,12

 

23

Marc Emmen

Tripel

1085

6,10

 

24

Noud Bogers

Dubbel

1071

6,05

 

25

Erik de Clerck

Dubbelbok

1080

6,04

 

26

Christ van der Hoven

Dubbel

1062

5,93

 

27

Joost Kock

Dubbel Abdij

1062

5,81

 

28

Frans Hendriks

Dubbel

1065

5,76

 

29

Marc Vriens

Dubbel

1075

5,71

 

30

Wim van den Kieboom

Dubbel Abdij 195

1064

5,57

s=0,77

31

Ollie Lem

?

1062

5,57

s=1,33

32

Piet Reniers

Dubbel Abdij

1072

5,51

 

33

Kees Emmen

Dubbel

1068

5,48

 

 

Let op plaats 2 en 5! De Rochefort 8 heeft meegedaan als een quadrupel en dat had volgens www.ratebeer.com  een strong ale moeten zijn. Zo ook de Bernardus Abt 12 die mee heeft gedaan als een barley wine terwijl dit een quadrupel had moeten zijn. Desalniettemin scoren beide bieren relatief hoog. Natuurlijk hebben beide bieren niet meegedaan met de finale.

Ben van der Veer is met zijn Barley Wine clubkampioen geworden, met de hoogste score van alle bieren. Van harte proficiat! Volgend jaar weer nieuwe ronden, nieuwe kansen. Dus blijven brouwen!

Namens de wedstrijdcommissie,

Raymond van Gils

 

Terug naar overzicht

Overschuimers 05-2010

mei 2010

Overschuimers

 

En jawel, eindelijk de eerste echte lentedag, er waren natuurlijk wel een paar aardige momenten geweest maar zondag 18 april was het naar de mening van Pol pas echt raak. En niet zo’n beetje, wakker geworden in een hotel in Weert opende Pol de ramen en keek uit over groene golfvelden, badend in een weldadig zonnetje. Er zijn beslist slechtere manieren om de verjaardag van je vriendin te vieren. Dat alle golfers in een poloshirt aantraden nemen we dan maar op de koop toe, iedere sport lijkt zijn eigen uniform te hebben en dat van de golfers zal ook wel niet het goedkoopste zijn.

Een ferme wandeling door de bosrijke omgeving deed vergeten dat het hardlopen na de marathon van de week ervoor nog even niet mogelijk was. Ergens in de rechterlies deed een spier of zenuw iets wel of niet, hoe het ook zij, hardlopen was even totaal niet mogelijk. Gewoon wandelen was geen probleem maar iedere poging om even een paar passen te versnellen werd ogenblikkelijk afgestraft met een onwillig been dat plotseling een geheel eigen leven leek te leiden. Een beetje zoals de gist in het bier soms ook geheel zijn eigen weg lijkt te kiezen. Ook daar is het wel eens hollen of stilstaan. Dan valt de gist stil maar soms gaat hij ook als een speer en is het in een paar dagen uitgegist.

In de brouwerij van Pol was trouwens ook al weer een lange tijd weinig leven te bekennen. Van brouwen kwam het niet erg, de combinatie met hardlopen leek altijd wel te kunnen maar dit keer lukte het niet zo goed. Dat is toch wel erg, als je vrienden die gewend zijn een lekker eigen gebrouwen bier bij je te drinken de hond in de pot vinden. Bij wijze van spreken dan want de hond is dood, althans 1 van de 2 honden die Pol altijd begeleidden bij het hardlopen. Na 14 jaar zeer trouwe dienst moest de geliefde poedel Arie het door een tumor aangetaste lijf verlaten, zijn medehond achterlatend in diepe rouw (en de baas eigenlijk ook). Misschien is het een speling van het lot, dat de baas nu even niet kan lopen, dan moet hij maar even stilstaan bij het gemis van zijn trouwe loopmakker die in zijn leven meer kilometers heeft gelopen dan de meeste andere honden.

Zoals dat meestal gaat, verdriet en geluk liggen dicht bij elkaar, niet alleen in het leven van Pol natuurlijk, zo gaat het met de meeste mensen en dan mag Pol nog helemaal niet klagen. Hij is al heel blij, dat hij niet een vliegreisje had geboekt, dat zou mooi mislopen met al die IJslandse vulkanische as die de wereld overwaait. Dan is het wel fijn dat je gewoon een reisje naar Weert hebt geboekt, die 65 kilometer zouden desnoods nog op de fiets kunnen.

Met die vulkanische as moet toch ook iets leuks te doen zijn? Misschien leidt het wel tot een goed uitpakkende spontane vergisting die een bier oplevert dat als een vulkaan in de mond ontploft. De vulkano special, van heftige vergisting, IJslands mos gratis bijgeleverd.

 

Pol de Schuimer

Terug naar overzicht

Verschil in rendement

mei 2010
Door: Jacques Bertens

BERTENS BLIK IN DE BROUWKETEL

Verschil in rendement

Op de clubavond van maart van dit jaar werd gevraagd wie allemaal het recept voor het bockbier gebrouwen had. Dat waren er nog niet zo veel. Om toch een lekkere bock te hebben raad ik aan om niet te lang te wachten met brouwen en het bier op een zo koel mogelijke plek te vergisten. In het voorjaar is het meestal frisser dan in het najaar. Als je beschikt over een tweedehandse koelkast met een UT-100/200 dan wel een TC-10 van Conrad heb je alle seizoenen in huis en kun je het hele jaar door brouwen als je daar zin in hebt.

De achtergrond van de vraag was snel duidelijk. Het bockbierpakket was gebrouwen maar de brouwer was veel lager in SG uitgekomen dan het recept aangaf. Een andere Roerstokker had juist meer liters overgehouden. Hoe kan dat werd gevraagd. Het antwoord is heel simpel: door het verschil in ‘brouwzaal’rendement. Bij de recepten in dit blad wordt meestal het rendement niet vermeld. Dat is jammer want aan de hand van het rendement van het recept en jouw gebruikelijke rendement kun je bepalen of je meer of minder mout nodig hebt.

Rekenmethodes

Er zijn overigens twee methoden om het rendement uit te rekenen.

De traditionele methode bestaat uit het vermenigvuldigen van het aantal graden Plato van een wort met het aantal liters dat je gebrouwen hebt. Hierna deel je de verkregen uitkomst door het aantal kg van de stort. Voor het omrekenen van SG-waarden naar graden Plato bestaan omrekentabellen. Het maximale rendement dat je met deze rekenmethode kunt behalen is zo’n 82% en dan haal echt alles uit je (pils)mout wat je er uit kunt halen.

Bij de modernere rekenmethode wordt uitgegaan van de maximale opbrengst aan extract die een mout kan geven. Tarwemout geeft bijvoorbeeld meer suikers dan gerstemout (tarwemout heeft geen kaf) en donkere mouten, waaronder caramouten, juist minder. Bij deze methode wordt rekening gehouden met de maximale opbrengst van de verschillende moutsoorten die je gestort hebt. Het hoogste rendement dat je met deze methode kunt behalen is 100%. In de praktijk van de gemiddelde hobbybrouwer wordt dit rendement niet gehaald. Veel eerder zit men op 70 tot 80%. Zelf zit ik tegenwoordig op 80 tot 84%. Bij de samenstelling van het bockbierrecept is uitgegaan van een rendement van 75% Dat betekent dat sommigen een lager SG zullen krijgen terwijl anderen een hoger SG of meer liters zullen hebben.

Is de moderne rekenmethode niet veel werk zul je je misschien afvragen. Nee hoor, dat valt wel mee. Daarvoor heb je brouwsoftware. BrouwVisie, BrouwHulp en ProMash gaan allemaal van deze rekenmethode uit. In die programma’s wordt dus rekening gehouden met de maximale opbrengst aan extract die een mout kan geven. Door het gewenste begin SG, het aantal liters dat je wilt brouwen en je gebruikelijke rendement op te geven kun je vrij precies berekenen hoeveel mout je moet hebben. Het is daarom niet verkeerd om een recept nog even door te rekenen met de parameters zoals die gelden voor jouw apparatuur en werkwijze. Je komt dan minder snel voor de verrassing te staan dat je SG hoger of lager uitkomt.

Sommige hobbybrouwers denken dat het uitrekenen van het rendement alleen zinvol is als je zo veel mogelijk uit je mout wilt halen. Er zijn echter meer (betere) redenen om je rendement te willen weten. Het hoger of lager uit komen met je SG kan heel vervelend zijn als je binnen de specificaties van een biertype wilt brouwen. Een pils met een begin SG van 1058 is eerlijk gezegd geen pils meer en een tripel met een begin SG van 1065 ook niet.

Factoren die het brouwzaalrendement beïnvloeden

Maar hoe komt het nu dat de één een hoger rendement heeft dan de ander terwijl dezelfde grondstoffen gebruikt worden.

De volgende zaken die ik hierna puntsgewijs behandel zijn van belang:

  • wijze van schroten
  • maischschema
  • de beslagdikte
  • wijze van filteren
  • hoogte filterbed
  • de hoeveelheid spoelwater
  • temperatuur spoelwater
  • in één keer spoelen of batchgewijs

Schroten

De manier waarop je schroot heeft grote gevolgen voor het brouwzaalrendement dat je kunt halen. Het schroten mag niet te fijn en niet te grof uitgevoerd worden.

Als je te grof schroot zullen niet alle korrels opengebroken worden. Het spreekt voor zich dat dit nadelig is. Door fijn te schroten weet je zeker dat alle korrels gebroken zijn en dat de inhoud van de moutkorrels beschikbaar zijn voor de enzymen. Toch is fijn geschrote mout niet het hoogste rendement. Door fijn te schroten krijg je namelijk ook veel kleine kafdeeltjes. Deze kafdeeltjes kunnen een vlotte filtering van het beslag belemmeren. De nodige jaren terug heb ik een walsenmolen aangeschaft, een zogenaamde Maltmill. Die van mij is niet instelbaar, in de praktijk levert dat weinig problemen op. Door de overgang van de schijvenmolen die ik eerst had naar de walsenmolen ging mijn rendement omhoog. De walsenmolen gaf een veel beter schrootresultaat. Een truc om een beter filtreerbaar beslag te krijgen bestaat uit het vochtig maken (beter gezegd klam maken) van de mout. Door het vocht wordt het kaf wat taaier en versplintert deze minder makkelijk. Hierdoor blijven de kafdeeltjes meer in tact waardoor de filtering beter verloopt.

Maischschema

Tijdens het maischen wordt het zetmeel uit het mout door enzymen afgebroken tot suikers. (Daarnaast worden ook eiwitten en vetten afgebroken.) Wanneer heel kort gemaischt wordt kan het zijn dat de enzymen onvoldoende tijd hebben gehad om het afbraakproces af te ronden. Overigens werd zeer onlangs in Gent het symposium Trends in de Brouwerij gehouden. Daar werd gezegd dat kort maischen (60 tot maximaal 75 minuten) bij een temperatuur van 65 ºC voldoende is voor een goede afbraak van het zetmeel.

Beslagdikte

De zetmeelsplitsende enzymen werken het beste bij een beslagdikte van 4,5 liter brouwwater op 1 kg mout. Als het beslag dikker is dan kunnen eerder gevormde afbraakproducten de werking van de enzymen belemmeren. Bij een dunner beslag is de kans kleiner dat een enzym de stof tegenkomt waarop deze werkt.

Wijze van filteren

Het filteren van het beslag kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Je kunt werken met een zak waarin de mout zit, een filteremmer, een koperen hevelfilter met sleufjes of met een rvs vlechtwerkfilter. Het meest effectief is een filteremmer met een stevige filterplaat over de gehele bodem van het filter. Het nadeel van een filteremmer is dat je het beslag moet overscheppen waardoor je kans hebt op oxidatie van het beslag. Tevens daalt de temperatuur van het beslag door het overscheppen.

Hoe hoger de filtertemperatuur des te beter het filterproces zal verlopen. Het wort is namelijk dan namelijk minder viskeus. Tijdens het hiervoor genoemde symposium werd zelfs voorgesteld te filteren bij 95-96 ºC! Door de veel snellere filtering zou je minder hittebelasting hebben. Zelf heb ik dit nog niet gedaan maar ik wil er zeker mee gaan experimenteren.

Hoogte filterbed

Dit is simpel uit te leggen: hoe hoger het filterbed des te meer weerstand het filterbed geeft. Een filterbed met minder weerstand spoelt makkelijker uit. Dit is ook de reden waarom grof geschroot mout zorgt voor een betere filtreerbaarheid. Overigens mag het filterbed ook niet te dun zijn. Een dun filterbed is eerder verstoord waardoor het niet zo makkelijk lukt om heldere wort te krijgen. Het spreekt voor zich dat je bij het brouwen van een zwaar bier een hoger filterbed krijgt dan bij een lichter bier als je dezelfde filterkuip/brouwketel gebruikt. Ook zul je bij een heel zwaar bier dikker moeten beslaan. Doe je dat niet dan moet je wel heel lang koken om op het gewenste begin SG uit te komen.

Spoelwater

Het spoelen van de bostel bepaalt voor een groot deel het brouwzaalrendement. Door te spoelen met heet water na het maischen los je de suikers op die nog aanwezig zijn in de restanten van de mout (ook bostel genaamd). Met het spoelwater verdring je als het ware de suikers. Hoe meer spoelwater je gebruikt des te meer suikers gewonnen kunnen worden. Het spoelwater dient een temperatuur te hebben van 80 ºC (of hoger volgens de nieuwste inzichten). Door deze hoge temperatuur lossen de suikers beter op. Lange tijd is gesteld dat de temperatuur tijdens het spoelen niet hoger mag zijn dan 80 ºC in verband met ongewenste uitspoelen van looi-, kleur- en bitterstoffen uit de kafdeeltjes. Het lijkt er dus op dat hier een kentering in is gekomen. Waarschijnlijk speelt de duur van de filtering een belangrijke rol bij de uitloging. Door te filteren op een hoge temperatuur zou het filteren veel korter gaan duren.

De beste uitspoeling van de suikers krijg je door de bostel batchgewijs te spoelen. Daarbij moet je er op letten dat de bostel niet droog komt te vallen. In een drooggevallen filterbed zitten namelijk luchtbellen als je de bostel weer helemaal onder het spoelwater zet. Deze luchtbellen belemmeren de effectieve uitspoeling van de bostel.

Mijn huidige manier van werken

De laatste tijd filter ik de maisch met een rvs vlechtwerkfilter. Dit filter is gemaakt van een flexibele waterleiding waarbij de binnenslang verwijderd is (eerst de koppelingen afzagen en dan met een tang de binnenslang er uit trekken – even in een sopje leggen kan helpen). Het voordeel van een dergelijk filter is dat je al heel snel heldere wort krijgt. Veel eerder dan met een traditionele hevelfilter.

Het wort vang ik meteen op in een emmer en pomp ik met behulp van mijn Iwaki pomp, die ik op de clubavond van april heb laten zien, terug richting de kookketel. De terugvoer loopt via mijn oude hevelfilter zodat het terugkomend wort verdeeld wordt over de gehele brouwketel. Na zo’n 5 à 10 minuten rondpompen (ik laat het beslag niet een tijdje staan na het maischen) is het wort kraakhelder en kan begonnen worden met het echte opvangen van het wort. Het rondpompen geeft niet meer rendement maar het werkt wel lekker…

Een vrij lange periode heb ik mijn bostel niet gespoeld. Ik deed dat niet omdat niet spoelen sneller werkt en omdat je minder uitloging van kafdeeltjes hebt en daarmee minder looistoffen. De laatste tijd spoel ik weer. Dankzij mijn pomp en de UT-100 thermostaat van Conrad vind ik het spoelen minder gedoe dan in het verleden. In het verleden moest ik steeds de temperatuur van het spoelwater in de gaten houden. Nu stel ik de thermostaat in op de gewenste temperatuur en hoef ik mij daar niet meer druk te maken. Het op tijd voldoende spoelwater in de met een elektrisch element verwarmde emmer volstaat. De voeler van de UT-100 mag overigens niet in contact komen met water. Om dit te voorkomen doe ik de voeler in een aan de onderzijde afgesloten koperen pijpje. Via de pomp wordt het spoelwater batchgewijs (3x) in de kookketel gebracht.

Na het koken van het wort filter ik weer via het rvs vlechtwerkfilter, pomp en hevelfilter. In het rondpompsysteem is dan ook een platenkoeler opgenomen. Dit betekent dus dat gekoeld wort terug de kookketel gaat. De koude trub die gevormd is in de platenkoeler wordt dus gefilterd door de rvs vlechtwerkfilter. Pas als het wort in de ketel zo’n 50 à 40 ºC heeft bereikt ga ik het wort opvangen. Het wort is hierdoor veel kouder, hetgeen gunstig is voor ondergistende bieren die ik laatste tijd vrij veel brouw, en mijn bieren zijn veel helderder. Bijkomend voordeel is dat de vorming van DMS na het koken wordt tegengegaan. Alles bij elkaar bevalt deze manier van werken mij zeer goed, ik heb een beter rendement dan bij de niet spoelmethode en mijn bieren hebben minder last van oxidatie omdat er minder gegoten wordt met wort en spoelwater.

Conclusie

Precies op een begin SG uitkomen als je een recept volgt is meer toeval dan regel. Door je rendement bij elk brouwsel vast te leggen en rekening te houden met de gemiddelde waarde wordt de kans dat je dicht bij het gewenste begin SG uit komt stukken hoger. Software voor hobbybrouwers kan zeer nuttig zijn. Met behulp daarvan kun je het recept aanpassen. Het behalen van het gewenste begin SG is vooral van belang als je binnen de specificaties van een biertype wilt brouwen.

Jacques Bertens

Terug naar overzicht

Het demonteren van de tapstang uit een bierfust - Deel 1

mei 2010
Door: Henri Raaijmakers

Het demonteren van de tapstang uit een bierfust - Deel 2

Even terug naar de regels die we zeker in acht moeten nemen wanneer we werken aan een fust.

Ontlucht een fust te allen tijde voor hier handelingen aan worden verricht.

  • Probeer zo veel mogelijk het juiste gereedschap hiervoor te gebruiken.
  • Indien dit niet mogelijk is maak dan passend gereedschap en ga niet zitten klungelen met waterpomptang e.d. en alles wat de zaak kan beschadigen.
  • Maak alles brandschoon alvorens de onderdelen te monteren.

We gaan nu verder met een ander type tapstang.

Type: Schijf rond

We laten nu even de tapkop vast in het fust zitten. Dus nog niet losdraaien.

Voor deze tapkop moeten we eerst een hulpstuk maken.

Hiervoor hebben we een combinatietang nodig die we eerst nog moeten aanpassen.

Dit om beschadiging van de tapstang te voorkomen.

Ik heb in de bekken van deze tang 2 groefje geslepen waarmee we het metalen binnengedeelte vast kunnen grijpen zonder deze te beschadigen. (zie figuur 1en 4).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Druk de rubberen ring met de bekken van de tang zover naar beneden tot dat de ingeslepen gleufjes van de tang het metalen binnengedeelte kunnen grijpen van de tapstang (zie figuur 4 en 5).

Trek nu de tang met het metalen binnengedeelte 1mm. terug en draai dan het binnengedeelte met de tang geheel naar rechts. Neem de tang los en het metalen gedeelte valt naar beneden. De blokkering is los.

Plaats nu de speciale sleutel op de schijf die nog in de fust aanwezig is, (zie figuur 3) en draai deze uit de fust.

Het binnengedeelten is met de hand en enige druk weer terug te plaatsen in de buitenring.

(wordt vervolgd )

Henri Raaijmakers

Terug naar overzicht

Blichmann autosparge

mei 2010
Door: Herman Soemers

GEZIEN OP INTERNET

Blichmann autosparge

Tijdens het brouwproces (filteren/spoelen) ben je dikwijls druk bezig met allerlei dingen zoals afwegen van grondstoffen, schoonmaken van apparatuur en andere zaken. Meestal kom je er te laat achter dat de bostel is drooggevallen. Een probleem wat vanaf nu tot het verleden kan behoren als je de “Blichmann autosparge” aanschaft. In feite is het niets meer dan een vlottersysteem wat je in je klaringskuip monteert. Het maakt niet uit of je filtert d.m.v. een filterplaat of hevelfilter. Het apparaat is een beetje vergelijkbaar met het vlottersysteem wat vroeger in de stortbak van het toilet zat.

 

 
vlotter

 

Op de foto hiernaast zie het apparaat dat uit slechts 3 onderdelen bestaat.

-         Silicone slang

-         RVS vlotterbal

-         Aansluitstuk met ingebouwde afsluiter (rechts op foto)

 

Het apparaat past in elk vat met een minimale diameter van tenminste 30 centimeter.

 

In de beschrijving wordt verteld dat je een gat van 20 mm in de wand van je filtratiekuip moet maken en daar de vlotter in moet monteren. De juiste hoogte bepaal jezelf aan de hand van de hoogte van de bostel. Omdat de bostel niet altijd even dik is moet je natuurlijk een beetje met de hoogte kunnen “spelen”. Dit kan eenvoudig door de stang waarop de vlotter gemonteerd is een beetje te verbuigen. Ook kun je zelf een hulpstukje maken, zodat je de inbouwhoogte van de vlotter traploos kunt instellen. Het simpelste hiervoor is een stukje rvs strip te nemen en hierin een aantal gaten van 20 mm vlak naast elkaar te boren. Deze strip klem je dan vast in je filterkuip. Aan de hand van de dikte van de bostel kies je het juiste gat voor montage.

 

 
Vlotter_2

 

Op de foto hiernaast zie je de vlotter zoals die in een filtervat is geplaatst. Let op de hoogte van de vlotterbal. Zodra deze bal in de laagste positie komt te staan opent de klep en stroomt er weer spoelwater via de silicone slang langs de wand (geen oxidatie) in het filtervat.

 

Voor meer informatie moet je even op internet rond gaan kijken al is het enkel maar voor de aanschafprijs van dit handige ding.

 

http://www.blichmannengineering.com

http://www.rebelbrewer.com

Te koop bij Brouwland voor € 59,95.

Terug naar overzicht

pH-meter

mei 2010
Door: Herman Soemers

pH-METER

 

Afgelopen clubavond kwam tijdens het vragenhalfuurtje het gebruik en het kalibreren van de pH-meter weer eens ter sprake. Tijdens het rondsurfen op internet kwam ik toevallig onderstaand stukje tegen wat me wel iets leek voor het clubblad. Hopelijk hebben jullie hier iets aan. Binnen het bestuur zal bekeken worden om aan het begin van het nieuwe brouwseizoen een “IJk-avond” te gaan organiseren, zodat alle pH-meters en thermometers met een gerust hart in de brouwketel kunnen worden gedoopt!

 

Huub Soemers

 

Inleiding

De zuurgraad of pH van een oplossing is een maat voor de concentratie aan waterstof (H+-)ionen. Volgens de definitie is de pH de negatieve logaritme van die H+-concentratie. Dat wil zeggen, als de H+-concentratie een duizendste molair is (10-3 M), dan is de pH=3. In zuiver water is een zeer klein deel van de watermoleculen (een tien miljoenste molair) gesplitst in een H+- en een OH--ion. Voegt men aan water zuur toe, dan bindt een deel van de toegevoegde H+-ionen zich aan OH--ionen tot H2O-moleculen. De concentratie van de OH--ionen neemt daardoor af, en wel zo dat het product van de H+-ionen  concentratie en de OH--ionen concentratie gelijk blijft, nl. 10-14  (het zogeheten waterevenwicht). In zuiver water is de H+-concentratie dus een tien miljoenste molair, of 10-7 M, even hoog als de concentratie van de OH--ionen. Deze pH=7 noemt men daarom neutraal. Bij nog lagere H+-concentraties (en navenant hogere OH- concentraties), noemt men de oplossing basisch (of met een ouderwetse term alkalisch). Veel voorkomende pH-waarden liggen in het gebied tussen de 1 en de 14, zoals in onderstaande figuur geïllustreerd:

 

 

Meting van de pH

De pH van een oplossing kan op verschillende manieren gemeten worden. De simpelste is door er een strookje pH-papier in te steken, en de kleurverandering te vergelijken met een reeks ijk-kleuren. Een klassiek pH-papier is het lakmoespapier, afgeleid van de lakmoesoplossing. Dit lakmoes is een organische kleurstof, verkregen uit korstmos. Ook de veel voorkomende kleurstof in planten, het anthocyaan is net als lakmoes rood in zuur milieu en blauw in basisch milieu. Voor een nauwkeuriger pH-bepaling zijn er speciale pH-papiertjes met verschillend bereik. Sommige met ruim bereik, van 1-14, andere met een beperkter bereik. Zie onderstaande afbeeldingen.

Voor een veel nauwkeuriger meting kan men gebruikmaken van de elektrische pH-meter. Zie onderstaande afbeeldingen. De meest linkse is de goedkoopste. De exemplaren in het midden en rechts hebben een aparte elektrode en zijn daarom nauwkeuriger, betrouwbaarder en uiteraard duurder!

 

De pH/mV-meter

Deze meter meet een spanningsverschil (m.b.v. een potentiometer). Het potentiaalverschil tussen een indicatie- en een referentie-elektrode kan op de schaal van de meter worden afgelezen; afhankelijk van het soort bepaling wordt het aantal mV (millivolts) of de pH afgelezen.

De meter is in principe voorzien van twee aansluitpluggen: één voor de referentie-elektrode en één voor de indicatie-elektrode. Bij sommige pH-meters (zoals de onze, hiernaast afgebeeld) is één van beide pluggen zodanig uitgevoerd, dat er een gecombineerde glaselektrode in geplaatst kan worden. Veel meters zijn voorzien van een recorderuitgang, waarmee titratiecurven automatisch kunnen worden opgetekend.

 

De meting

Sommige pH-meters moeten vóór gebruik enkele minuten opwarmen; digitale meters hebben geen opwarmtijd nodig. Voor het meten van de pH van een vloeistof wordt als indicatie-elektrode een glaselektrode gebruikt. Als referentie wordt meestal een kalomelelektrode gebruikt. Deze beide elektroden zijn ook als één elektrode verkrijgbaar: de gecombineerde glaselektrode. Voordat de pH kan worden gemeten, moet de pH-meter geijkt worden. Dit gebeurt met een bufferoplossing, waarvan de pH nauwkeurig bekend is. Het beste kan een bufferoplossing gebruikt worden, waarvan de pH in de buurt ligt van de pH van de onbekende oplossing (eventueel vooraf met pH-papier controleren). Omdat de pH temperatuurafhankelijk is, moet hiervoor bij nauwkeurige metingen gecorrigeerd worden. Op de pH-meter bevindt zich een temperatuurcorrectieknop, die op de temperatuur van de te meten oplossing wordt ingesteld. Na het ijken moet de elektrode zorgvuldig met gedestilleerd water worden afgespoeld. Laat de elektrode nooit droog staan. Voor korte tijd mag de elektrode in gedestilleerd water worden bewaard. Het ijken gaat als volgt: de rechterknop wordt op de 0-stand gezet en de wijzer op de schaal wordt met de linkerknop op 7,0 gezet. Dan wordt de rechterknop op de pH-stand gezet en de elektrode in een standaardbufferoplossing gestoken (bij voorkeur met een pH in het gebied waarin je wil meten). Met de middelste knop (vóór de temperatuurknop) wordt dan de schaalstand dan in overeenstemming gebracht met de pH van de oplossing.

N.B. Spoel de elektrode tussen de metingen goed af!

Bovenstaand artikel staat ook op internet:

http://www.fontys.nl/lerarenopleiding/tilburg/biologie/cd%20amsterdam/cdw/almanak/1bappar/pHmeter.htm

 

Terug naar overzicht

Zalm met witbiersaus

mei 2010

KOKEN MET BIER

 

Zalm met witbiersaus

4 stronkjes witlof, 1 eetlepel suiker, nootmuskaat, zout, peper, 1 pot visfond (380 ml), 1 bekertje creme fraiche (200 ml), 2 eetlepels zachte boter of margarine, 2 eetlepels bloem, 4 stukken zalmfilet (à ca. 200 g), 1 eetlepel olie, 200 ml witbier (b.v. Hoegaarden), 25 g gezouten witte amandelen.


Bereiden: Witlof schoon maken, wassen en kleinsnijden. In pan witlof met suiker, nootmuskaat, zout, peper en 2 eetlepels water aan de kook brengen. Al roerend verhitten tot witlof licht begint te bruinen. Witlof op laag vuur afgedekt in ca. 20 minuten gaarkoken. Intussen in pan fond op hoog vuur onafgedekt tot ca. 2 dl laten inkoken. Crème fraîche erdoor roeren en nog ca. 5 minuten zachtjes laten doorkoken. Intussen 1 eetlepel boter mengen met 1 eetlepel bloem. Zalm bestrooien met rest van bloem. In koekenpan olie en rest van boter verhitten en zalm in ca. 8 minuten gaarbakken, halverwege keren. Amandelen fijnhakken. Boter-bloemmengsel al roerend door saus mengen. Bier en amandelen erdoor roeren. Op smaak brengen met zout en peper. Witlof over vier borden verdelen. Zalmfilet erop leggen. Op elk bord 3 eetlepels saus er omheen scheppen. Rest van saus apart erbij serveren. Serveren met gekookte aardappels.


Bereiden: ca. 30 minuten.

Terug naar overzicht

Excursie Brouwerij Emilisse 30 april 2010

mei 2010
Door: Gerrie Hage

VERSLAG EXCURSIE 30 April 2010

 

Koninginnedag

Er was een regenachtige dag voorspeld. Op Koninginnedag in Hoogvliet heb je geen wekker te zetten want het is de gewoonte om op brommers te gaan rijden zonder uitlaat rond ongeveer 6 uur. Dus ik was op tijd wakker voor de reis naar Tilburg. In Tilburg op weg naar het station daar aangekomen was het minder druk dan verwacht. We waren met 3 man. Maar dat veranderde in korte tijd. Het beloofde een mooie dag te worden.

 

De reis

Om 8:30u reden we Tilburg uit. Dat was voor het Brabantse een hele snelle start. We gaan weer naar Brugge. Vele onder ons herinneren zich de vorige reis nog. Dat was er ook een met hindernissen maar daar hebben we het niet meer over. Bij Breda ging de bus ineens minder hard rijden terwijl de borden boven de weg toch 50 aangaven. Het blijkt in België te betekenen 50 meter per uur. Met ons dachten er nog eens duizenden landgenoten om richting het zuiden te gaan rijden. Na een half uur toch maar even gaan bellen naar de Halve Maan dat het toch later wordt. Na nog een half uur lijkt het echt niet harder te gaan. Op de radio werd een melding gemaakt van 45 kilometer file tot Antwerpen. Om 10:45u nog steeds niet in Antwerpen. Het publiek in de bus gaat zo langzaamaan een beetje morren. De excursie commissie is in beraad gegaan en heeft met hulp van de chauffeur (Cheriel ) voor een alternatief gekozen. Brugge was weer niet te halen. We gaan naar Antwerpen, naar  Huisbrouwerij ’t Pakhuis.

 

Huisbrouwerij ’t Pakhuis

Het was een mooi alternatief. We konden iedereen een aantal mooie bieren laten proeven. De eerste ronde was zo besteld en snel op tafel. Na een korte introductie kon iedereen de brouwerij bekijken. De eigenaresse Veronique kwam op verzoek toch even wat meer vertellen hoe het allemaal verlopen is met de brouwerij. De brouwerij is in 1996 geopend door een aantal mensen onder toeziend oog van Brouwerij Sterkens. Er waren geen opvolgers voor de brouwerij die is dan ook helemaal plat gegooid. ’t Pakhuis is sinds deze week helemaal in handen van de eigenaren. De brouwerij is uitgekocht. De brouwmeester is Louis Meulders. Er zijn 3 bieren die altijd op de tap aanwezig zijn:

- Antwerps Blond bier van 5,1% alc

- Antwerps Bruin bier van 5,5% alc

- en de trots van de brouwerij Nen Bangelijke van 9,5% alc.

De bieren waren heel goed van smaak. Om 13:00u was het weer vertrekken.

 

Lunch

In de bus werden de broodjes, krentenbollen en pakjes drinken uitgedeeld die gesmeerd en belegd waren door Fon en Joop. Heel bijzonder waren de glad gestreken blaadjes sla. Keurig verzorgd.

 

Brouwerij  Emelisse

Om 14:30u werden we verwacht bij Brouwerij en Restaurant Emelisse. De reis ging wonderwel zonder oponthoud. We hadden geen last van de controles die in gang waren gezet om de koningin een mooie dag te bezorgen. Misschien was dit de reden dat wij ook geen file hadden. We werden hartelijk ontvangen. Eerst een biertje aan de tap. Er zijn verschillende bieren van de tap. Ik ben begonnen met Emelisse Double IPA, dat is een hele mooie IPA. Hij is heel mooi in evenwicht en je proeft zeker niet dat het 9% is.

Daarna start de rondleiding. Kees Bubberman vertelt vol overgave hoe hij van zijn hobby zijn beroep heeft kunnen maken. Hoe de brouwerij is ontstaan. Daarna naar de kelder. Hier kwam iedereen aan zijn trekken. Kees vertelde alles hoe hij brouwt. Er werden vele vragen gesteld en beantwoord op een hele open en eerlijke manier zo als we nog nooit hebben meegemaakt. Er werd aandachtig en met veel plezier geluisterd naar de antwoorden. Toen ging er een fles open met een minder geslaagd bier zoals Kees het noemde. Er werd geproefd en geroken en men kwam al gauw tot de conclusie dat er niets aan mankeerde en dat het zo mee kan doen aan het ONK. Toen wilde men steeds meer proeven en werden de glaasjes gevuld direct uit de gistvaten. Er volgde steeds weer een discussie wat heel verhelderend was. Kees heeft het goed voor elkaar en wat al bekend was, hij is een goede brouwmeester.

Op naar boven naar de bar om de rest van de bieren te proeven. We kregen weer proefglaasjes met alle bieren. Hij brouwt hele mooie en bijzondere bieren zoals de Stout en de Espresso Stout. Zelfs het Rauchbier is voor een keer lekker. Al is dit geen bier waar mijn voorkeur naar uit gaat. Ik eindigde de middag met de IPA. Toen was het weer tijd om te vertrekken en iedereen ging voldaan in de bus. De terugreis ging vlot en rustig. Joop kreeg toch nog een biertje in zijn glas dat hij meeneemt  in een  metalen koker. Hij heeft geleerd van eerdere excursies. We waren mooi op tijd terug in Tilburg. We kunnen terugkijken op een geslaagde excursie.

Bedankt Theo, tot de volgende excursie.

 

Gerrie Hage

 

Terug naar overzicht